Hoeveel geld mag je belastingvrij hebben in 2026? Alle details op een rij

Je wilt weten hoeveel heffingsvrij vermogen je in 2026 mag hebben, zodat je in box 3 geen belasting over spaargeld en beleggingen betaalt. Voor 2026 ligt die grens op €59.357 per persoon, of €118.714 als je fiscale partners bent.

Het spannende detail: de Belastingdienst rekent met vaste rendementen per vermogenscategorie (spaargeld, overige bezittingen en schulden), dus je aanslag hangt niet alleen af van hoeveel geld je hebt, maar ook van wáár het staat.

Hoeveel geld mag je belastingvrij hebben in 2026? Alle details op een rij

Wat is het heffingsvrij vermogen in 2026?

Het heffingsvrij vermogen is het deel van je vermogen in box 3 waarover je geen belasting betaalt. Voor 2026 is dat €59.357 per persoon, en €118.714 als je fiscale partners bent.

Je kijkt hierbij naar je vermogen op de peildatum 1 januari 2026. Dit gaat om het belastingjaar 2026 (aangifte doe je in 2027). De Belastingdienst laat in de voorlopige aanslag 2026 ook zien met welke vaste rendementscijfers zij rekent per vermogenscategorie, en daar betaal je vervolgens 36% belasting over.

Belastingjaar Heffingsvrij vermogen per persoon Heffingsvrij vermogen fiscale partners samen
2024 €57.000 €114.000
2025 €57.684 €115.368
2026 €59.357 €118.714

Wil je snel snappen hoe box 3 in 2026 rekent? Gebruik dit simpele stappenplan:

  1. Tel je bezittingen op (spaargeld, beleggingen, tweede woning, etc.).
  2. Trek aftrekbare schulden af (let op de schuldendrempel).
  3. Trek daarna het heffingsvrij vermogen af.
  4. Bereken het forfaitaire rendement per categorie en vermenigvuldig dat met 36%.

Hoeveel mag je belastingvrij sparen in 2026?

Als je alleen spaargeld hebt, mag je in 2026 in de praktijk tot €59.357 per persoon belastingvrij sparen, omdat je dan binnen je heffingsvrij vermogen blijft.

Heb je ook beleggingen, dividend, crypto of een tweede woning, dan telt dat allemaal mee in box 3. Je kunt dan met hetzelfde spaarsaldo toch boven de vrijstelling uitkomen.

Voor de voorlopige aanslag 2026 gebruikt de Belastingdienst voor banktegoeden een forfaitair rendement van 1,28%. Dat maakt een groot verschil met overige bezittingen, die op 6,00% staan.

Rekenvoorbeeld: alleen spaargeld

Stel: je bent alleenstaand en je hebt op 1 januari 2026 €70.000 op spaarrekeningen.

Stap Berekening (2026) Uitkomst
Forfaitair rendement banktegoeden €70.000 × 1,28% €896
Grondslag sparen en beleggen €70.000 – €59.357 €10.643
Aandeel belast €10.643 / €70.000 15,20%
Voordeel uit sparen en beleggen €896 × 15,20% €136
Belasting box 3 €136 × 36% circa €49

Dit voorbeeld laat zien waarom een klein bedrag boven de vrijstelling vaak tot een relatief bescheiden belasting over spaargeld leidt, zolang je vooral banktegoeden hebt.

Voor alleenstaanden

Heffingsvrij vermogen bepaalt hoeveel je belastingvrij kunt sparen.

Als alleenstaande heb je in 2026 €59.357 heffingsvrij vermogen in box 3. Dat is je startpunt voor belastingvrij sparen.

Let wel op het verschil tussen “spaargeld” en “vermogen”. Box 3 kijkt naar je totale plaatje: betaal- en spaarrekeningen, beleggingen, een tweede woning, uitgeleend geld en meer.

  • Peildatum: je stand op 1 januari 2026 telt.
  • Banktegoeden: hier vallen ook deposito’s en (fiscaal) contant geld onder.
  • Schulden: pas aftrekbaar boven de schuldendrempel.
  • Overige bezittingen: hier valt ook een tweede woning onder, gewaardeerd volgens de regels voor box 3.

Een concreet detail dat veel mensen missen: in de fiscale informatie van de Belastingdienst staat dat contant geld in 2026 een vrijstelling van €672 per persoon heeft. Alles daarboven telt mee als bezitting in box 3.

Voor fiscale partners

Ben je fiscale partners, dan heb je in 2026 samen €118.714 heffingsvrij vermogen. Dat is simpelweg 2 keer de vrijstelling per persoon.

Wat je vaak geld of gedoe scheelt: je mag de grondslag sparen en beleggen vrij verdelen in je aangifte. Je kunt dus 0% bij de ene partner zetten en 100% bij de andere, als je dat wilt.

  • Je verdeelt niet je bezittingen zelf, maar de grondslag (na vrijstelling).
  • Je verdeelt ook het saldo van groen beleggen en de bijbehorende heffingskorting op dezelfde manier als je die post opgeeft.
  • Heb je een aow’er als partner: je box 1-tarieven kunnen anders zijn, maar de box 3-systematiek en het heffingsvrij vermogen blijven hetzelfde.

Wat valt onder het heffingsvrij vermogen?

Alles wat in box 3 valt, valt in principe onder het heffingsvrij vermogen. Denk dus breed: bezittingen minus schulden, gemeten op 1 januari.

Je box 1 (inkomen uit werk en woning) staat los van deze berekening. De algemene ouderdomswet, algemene heffingskorting en je box 1-schijven bepalen je inkomstenbelasting, maar ze veranderen niet hoe je forfaitaire rendement in box 3 wordt vastgesteld.

Valt meestal in box 3 Praktisch voorbeeld Wat jij ermee doet
Bank- en spaartegoeden Spaarrekeningen, betaalrekeningen, deposito’s Noteer saldi op 1 januari 2026
Overige bezittingen Aandelen, fondsen, obligaties, crypto, uitgeleend geld, tweede woning Neem waarden op 1 januari op (woning via de box 3-waarderingsregels)
Schulden Lening voor tweede woning, consumptieve lening Trek alleen het deel boven de schuldendrempel af
Vrijgestelde onderdelen Veel pensioenopbouw en lijfrenteproducten Controleer of je product buiten box 3 valt

Heb je een tweede woning of verhuurd huis, dan neem je de waarde als box 3-bezitting op. Een hypotheek op die tweede woning kan een box 3-schuld zijn, waardoor je netto box 3-vermogen daalt.

Belastingvrij sparen via groene beleggingen

Met groen sparen of groene beleggingen kun je in 2026 een extra vrijstelling in box 3 krijgen, bovenop je gewone heffingsvrij vermogen.

Volgens de Belastingdienst is die extra vrijstelling in 2026 €26.715 per persoon, of €53.430 als je fiscale partners bent.

Wat levert dat in 2026 concreet op?

  • Extra vrijstelling box 3: je verlaagt je belastbare grondslag, handig als je al boven de normale vrijstelling zit.
  • Heffingskorting: in 2026 is die 0,1% over (maximaal) het vrijgestelde bedrag. Dat is maximaal circa €27 per persoon per jaar (of circa €53 samen).

Check altijd of het fonds of spaarproduct officieel als groen is erkend, anders mis je zowel de vrijstelling als de heffingskorting.

Sparen voor aanvullend pensioen, zoals via Knab Pensioensparen, valt vaak buiten box 3 (omdat het om een lijfrenteproduct gaat). Dat kan je belastbare vermogen verlagen, maar let op de voorwaarden en de inlegruimte.

Hoe beïnvloeden schulden je heffingsvrij vermogen?

Schulden kunnen je box 3-vermogen verlagen, maar alleen het deel boven de schuldendrempel telt mee. In 2026 is die drempel €3.800 per persoon, of €7.600 samen. De Belastingdienst kijkt naar de stand van je schulden op 1 januari 2026. Je kunt een schuld die je op 2 januari aflost dus niet meer gebruiken om je box 3-positie voor 2026 te verlagen.

Voorbeeld: wat doet een schuld van €10.000?

 

Situatie Berekening Uitkomst
Schuld €10.000 €10.000
Minus schuldendrempel (alleenstaand) €10.000 – €3.800 €6.200 aftrekbaar
Forfaitair rendement op aftrekbare schuld €6.200 × 2,70% circa €167

Dat forfaitaire “schuld-rendement” trek je af van het forfaitaire rendement op je bezittingen. Je belastbare rendement kan daardoor dalen.

Welke schulden tellen (vaak) wel en niet mee?

  • Vaak wel: consumptieve leningen en schulden die niet in box 1 vallen.
  • Eigen woning: de eigenwoningschuld hoort doorgaans in box 1, en verlaagt je box 3 niet.
  • Belastingschulden: in de basis tellen ze niet mee als box 3-schuld, behalve erfbelasting. De Belastingdienst noemt ook enkele uitzonderingen waarbij je onder strikte voorwaarden een belastingschuld van banktegoeden mag aftrekken.

Tips om optimaal te profiteren van belastingvrije spaardrempels

Je haalt het meeste uit belastingvrij sparen in 2026 als je je box 3-vermogen opknipt in categorieën, en daarna pas gaat schuiven met keuzes zoals groen beleggen, schulden en timing rond de peildatum.

Voor de peildatum (1 januari 2026)

  • Maak een simpele inventaris: banktegoeden, overige bezittingen, schulden, tweede woning.
  • Check of schulden boven de drempel uitkomen. Kleine schulden leveren vaak geen box 3-voordeel op.
  • Wil je nog beleggen of juist verkopen? Denk na over timing, want spaargeld en overige bezittingen hebben in 2026 heel andere forfaitaire rendementen.
  • Overweeg groen sparen of groen beleggen alleen als je boven de normale vrijstelling zit, anders is het fiscale effect klein.

Let op peildatumarbitrage: verkoop je vlak voor 1 januari beleggingen en koop je ze kort erna terug (binnen 3 maanden), dan kan de Belastingdienst de verschuiving negeren. Denk aan de periode van 1 oktober 2025 tot en met 31 maart 2026.

Tijdens je aangifte (voor belastingjaar 2026, in 2027)

  • Ben je fiscale partners? Speel met de verdeling van de grondslag sparen en beleggen om het zo logisch mogelijk te maken voor jullie administratie.
  • Controleer of je tweede woning correct is opgenomen en of de schuld daarop als box 3-schuld hoort.
  • Heb je groenfondsen? Zorg dat je ze als groene beleggingen opgeeft, zodat de vrijstelling en heffingskorting mee kunnen lopen.
  • Bewaar bewijsstukken van rente, dividend en kosten. Dat helpt als je wilt aantonen dat je werkelijke rendement lager was dan het forfaitaire rendement.

Wijzigingen in de vermogensbelasting vanaf 2026

In 2026 blijft box 3 werken met forfaitaire rendementen per categorie, en je betaalt 36% belasting over het berekende rendement. Het heffingsvrij vermogen is verhoogd naar €59.357 per persoon.

De belangrijkste praktische wijziging is dat de tegenbewijsroute serieuzer is geworden. Je kunt proberen aan te tonen dat je werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement.

Wat betekent de Hoge Raad voor box 3?

De Hoge Raad oordeelde op 6 juni 2024 dat box 3 in strijd kan zijn met het EVRM als het forfaitaire rendement hoger is dan je werkelijke rendement, en gaf ook handvatten voor wat onder “werkelijk rendement” kan vallen (zoals waardeveranderingen).

De tegenbewijsregeling en het formulier OWR

  • Het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR) is sinds 10 juli 2025 beschikbaar.
  • De Belastingdienst adviseert om te wachten op een brief, omdat je daarin gegevens krijgt die je op het formulier moet overnemen.
  • Na zo’n brief heb je doorgaans 12 weken om te reageren, of 26 weken als een fiscaal intermediair onder de regeling valt.

Dit is precies het punt waar je cijfers het verschil maken. Als je situatie groot of lastig is (bijvoorbeeld met tweede woning, verhuur, veel transacties of grote waardeschommelingen), dan loont het om advies te vragen aan een fiscalist.

Samenvatting

  • Het heffingsvrij vermogen in 2026 is €59.357 per persoon en €118.714 voor fiscale partners samen; daarboven kan box 3-heffing volgen.
  • Voor de voorlopige aanslag 2026 rekent de Belastingdienst met forfaitaire rendementen per categorie: 1,28% op banktegoeden, 6,00% op overige bezittingen en 2,70% op schulden.
  • Groen sparen en groene beleggingen hebben in 2026 een extra vrijstelling van €26.715 (of €53.430 met fiscale partner) en er geldt een heffingskorting van 0,1% over (maximaal) die vrijstelling.
  • Schulden verlagen je belastbare vermogen pas boven de schuldendrempel van €3.800 per persoon (of €7.600 samen), en fiscale partners mogen de grondslag vrij verdelen.

Veelgestelde vragen

1. Wat is het heffingsvrij vermogen in 2026?

Het heffingsvrij vermogen is het deel van je vermogen dat niet belast wordt in box 3. In 2026 betaalt alleen vermogen boven die grens belasting, gebaseerd op een berekend fictief rendement.

2. Kan ik belastingvrij sparen of groen sparen?

Belastingvrij sparen geldt tot het heffingsvrij vermogen. Sparen boven die grens valt onder belasting over spaargeld in box 3. Groen sparen en groen beleggen kunnen extra voordelen geven maar volgen soms andere regels.

3. Hoe werkt het met fiscale partners en een fiscaal partner?

Fiscale partners mogen vermogen en het heffingsvrij vermogen verdelen om minder box 3-belasting te betalen. Jij en je fiscaal partner kiezen samen de beste verdeling.

4. Moet ik rekening houden met een tweede woning, aanvullend pensioen of de Hoge Raad?

Een tweede woning telt meestal mee in box 3 en beïnvloedt je heffingsvrij vermogen. Ook aanvullend pensioen, zoals lijfrente, kan invloed hebben op je totale vermogen. Uitspraken van de Hoge Raad kunnen veranderen hoe de belasting over spaargeld en rendementen wordt berekend.